Om u de beste gebruikservaring te kunnen bieden, gebruiken wij cookies. Voor meer inhoudelijke informatie en het onderscheid die wij hier in maken, verwijzen wij u door naar ons Cookie beleid

Accepteer cookies

Vliegvissen


1. Om te starten met vliegvissen, heb je onderstaande attributen nodig


2. VLIEGENHENGEL
Bij het vliegvissen gebruik je een speciale vliegenhengel. De gewichtsklasse van de hengel wordt aangeduid in AFTMA ( American Fishing Tackle Manufacturing ), welke een standaardisatie is in de vliegvissport, als je nu een hengel aftma 4 aanschaft, dan weet je dat je daarbij ook een vliegenlijn aftma 4 nodig bent met bijpassende reel, terwijl je vroeger alles in grains werd aanggeven en je een hengel en lijn bij elkaar moest zoeken.
Meestal is een lichte vliegenhengel van AFTMA 4 voldoende, voor snoek heb je een zwaardere AFTMA 8 - 10 nodig.
zoals je ziet is de reel bij een eenhandige vliegenhengel onder aan het handvat bevestigd.





3. VLIEGENREEL
Om je vliegenlijn op te spoelen. Als je verschillende vliegenlijnen hebt, is het handig om extra losse spoelen bij je reel te kopen.


4. VLIEGENLIJN EN BACKING
Vliegenlijnen heb je in verschillende gewichtsklassen en pas je aan op de vliegenhengel. Er zijn drijvende en zinkende lijnen, beginnende vliegvissers gebruiken een drijvende lijn. De backing spoel je onder je vliegenlijn als volglijn op de reel.



5. LEADER
De leader is een taps toelopend stuk nylon. Het dikke eind komt aan de vliegenlijn en aan de dunne punt knoop je de vlieg. Voor witvis gebruik je een puntdikte van 14/00, voor snoek 25/00 of meer + een stalen onderlijntje.


6. LEADERLOOP
Om de leader gemakkelijk aan de vliegenlijn te bevestigen kun je een leaderloop gebruiken. Verderop in de folder leggen we uit hoe je dat doet.


7. EXTRA NYLON
Wanneer je de vlieg vaak vervangt wordt de punt van de leader steeds korter. Met nylon ( in de vliegviswereld tippet genoemd ) kun je een nieuwe punt aan je leader knopen wanneer deze te kort is geworden.


8. VLIEGEN
Droge vliegen bootsen insecten na die op het wateroppervlak drijven. Insectenlarven onder water boots je na met natte vliegen of nimfen en als imitatie van visjes gebruik je streamers. Vliegen kun je zelf maken of kopen in de hengelsportwinkel.



9. VLIEGENDOOS
Een vliegendoos met vakjes is handig om droge vliegen te bewaren. Dozen met foam in de deksels zijn voor nimfen, natte vliegen en streamers.




10. ARTERIETANG
Met een arterietang kun je eenvoudig de vis onthaken. Er zijn kleine tangetjes voor de witvis en grote tangen voor snoek.


11. LIJNVET EN VLIEGENOLIE
Gebruik lijnvet om je leader en je vliegenlijn goed te laten drijven wanneer je met de droge vlieg vist. Met vliegenolie laat je de droge vlieg beter drijven.


12. BEETVERKLIKKER
Beetverklikkertjes helpen je om de aanbeet beter te kunnen zien wanneer je met nimfen vist. Het zijn een soort dobbertjes die je op de leader plakt of klemt.


13. ZONNEBRIL
Met een polariserende zonnebril kun je goed in het water kijken en zijn je ogen beschermd tegen rondvliegende kunstvliegen.
  
14. NAGELKNIPPER
Voor het doorknippen of kort afknippen van de lijn.

15. VLIEGVISVEST
Een vliegvisvest heeft veel afsluitbare zakken om alle kleine spulletjes in op te bergen.


Waar ga je vissen?



DICHT BIJ HUIS
In je eigen dorp of stad vind je vaak hele mooie wateren waar het goed vliegvissen is. De vijvers en slingels op industrieterreinen en in nieuwbouwwijken zijn vaak geweldige stekken om met de vliegenhengel op jacht te gaan naar ruisvoorns, baarzen en snoek. Let wel op dat je geen voorbijgangers haakt met je achterwaartse worp!



POLDERS
Polders zijn misschien wel de mooiste plekken om met de vliegenhengel te vissen: helder water met een behoorlijke planten groei en veel ruisvoorns. Deze azen aan de oppervlakte en zijn vaak goed te vangen met de droge vlieg. Zeker als het mooi weer is.
Het is niet altijd even duidelijk in welke poldersloten je nu wel of niet mag vissen. Kijk altijd goed in je vergunning of vraag even aan een bewoner of je het weiland in mag lopen.



RIVIEREN
Op de grote rivieren kun je schitterend vliegvissen, bijvoorbeeld op brasem en winde. Vis je tijdens warme zomeravonden de ondieptes af met een streamer, dan is de kans groot op snoekbaars. In de stroming maak je kans op roofblei en baars.


KLEINE RIVIERTJES EN BEKEN
Probeer het eens op kleine riviertjes en beken. In het midden, oosten en zuiden van ons land vind je er verschillende en net over de grens nog veel meer. De meeste vis vang je aan het einde van een stroomversnelling, waar het iets dieper wordt.


HOTSPOTS VOOR SNOEK
Bruggetjes, dammen, gemalen, rietkragen en kruisingen van sloten zijn vaak echte hotspots voor snoek. Als je er eentje vangt, ga dan niet meteen verder naar een volgende plek maar vis nog even verder. Soms liggen er meerdere snoeken dicht bij elkaar.


WINTERSTEKKEN
Vliegvissen kun je het hele jaar door doen, dus ook in de winter. De beste stekken zijn dan de jachthavens waar veel blankvoorns en windes overwinteren. Wel even vragen of je er mag vissen!


LEER EERST GOED WERPEN
Om te kunnen vliegvissen moet je goed leren werpen. Dat lijkt misschien ingewikkeld, maar met wat oefening kom je een heel eind. Oefen bij voorkeur op een groot grasveld en gebruik in plaats van een vlieg een plukje rode wol, dan gebeuren er geen ongelukken.


1. Pak de hengel vast met de reel naar beneden en de wijsvinger tegen de bovenkant van het handvat. Bij deze instructie gaan we uit van een rechtshandige visser, met de hengel in de rechterhand.

2. Houd de hengel horizontaal voor je, met tenminste vier meter lijn uit het topoog. Trek het aantal meters lijn dat je wilt werpen van je reel en leg dit voor je op de grond.

3. Pak de lijn met je linkerhand ergens tussen het onderste geleideoog en het handvat vast.

4. Breng de hengel nu in een vloeiende beweging omhoog, waarbij de onderarm en hengel in elkaars verlengde liggen. Stop op de stand ‘1 uur’. De arm beweegt vanuit de elleboog, de pols blijft op slot.






5. Volg de lijn met je ogen en laat hem strekken. Duw dan de hengel naar voren tot de stand ‘11 uur’. De lijn vliegt weer naar voren.






6. Tijdens het naar voren strekken van de lijn laat je een meter losse lijn gecontroleerd door de vingers van je linkerhand glijden. Op deze manier verleng je elke worp een stukje van je lijn.



7. Breng je hengel weer naar achter en tot de stand 1 uur, laat de lijn strekken en duw de hengel weer naar voren tot 11 uur.

8. Herhaal stap 6 en 7 tot je lijn de gewenste lengte heeft.

9. Nu kan de definitieve worp worden gemaakt. Terwijl de lijn weer voor je uitrolt laat je de hengel met de lijn meegaan. Laat de hengel rustig zakken tot hij horizontaal ligt, op 9 uur dus.

10. De worp is perfect als de lijn en vlieg voorzichtig op het water zakken, zonder een plons.

Na enige ervaring kan de werptechniek zonodig iets worden aangepast. Zo kun je de hengel iets verder laten doorzwiepen (10 uur tot 2 uur) en kun je de pols gaan gebruiken om de lijn meer vaart te geven. Eventueel kun je de hengel met je duim aan de bovenkant van het handvat vasthouden, als je dat prettig vindt.

Blijf je het werpen lastig vinden? Neem dan wat werplessen bij een vliegvisvereniging of vraag een ervaren vliegvisser om met je te oefenen. Bekijk ook de instructiefilmpjes op de website van de Vereniging Nederlandse Vliegvissers: www.vnv.nu



NAAR DE WATERKANT!
Het is prachtig weer dus je besluit een dagje in de polder te vissen. Je ziet ruisvoorns aan de oppervlakte zwemmen, die regelmatig een vliegje van het water pakken. Nu is het dus slim om te gaan vissen met een droge vlieg. Je pakt je vliegendoos en zoekt er een mooie droge vlieg uit. Met een halve bloedknoop knoop je de vlieg aan het puntje van je nylon leader. Nu ben je er klaar voor!



Zag je daar in het midden van de sloot niet een paar kringen? Je brengt de lijn op lengte en werpt de vlieg zo dicht mogelijk in de buurt van de vissen.




Die worp was iets te hard, weg vis! Ruisvoorns zijn schuwe vissen en moeten voorzichtig worden benaderd. Klets je de vliegenlijn midden in de school da n zijn ze meteen verdwenen.



Iets verderop besluit je het eens met een nimf te proberen. Va naf de brug heb je alle ruimte om te werpen en kun je de gehele breedte va n de sloot mooi afvissen. Met een klein beetverklikkertje op de lijn zijn de beten heel goed zichtbaar.




Het nimfje laat je heel rustig door het water gaan door de lijn met kleine rukjes binnen te halen. Probeer met je lijn hand de lijn met “achtjes” binnen te vissen.



Jawel hoor, ze trappen erin! Je hebt een schitterende ruisvoorn gevangen. Met natte handen onthaken, even bewonderen en dan snel terugzetten. Eens kijken of je er nog eentje kunt vangen

Succes!